Auteur Archief

Dispositie

De huidige dispositie van het orgel

De speeltafel

De speeltafel
Bij de restauratie door van Vulpen werd de dispositie teruggebracht in de oorspronkelijke staat (zoals vermeld bij Hess) en werd de dubbelkorigheid van de prestanten hersteld. Bij die gelegenheid werd de bij de bouw gereserveerde Vox Humana 8’ (bovenwerk) naar Duyschot-voorbeeld alsnog geplaatst en een Bourdon 16’ (pedaal) toegevoegd. Het oude pijpwerk is niet alleen nog van de hand van Duyschot (1696) maar zelfs hier en daar nog van Van Hagerbeer en van Schonat (1650) !  De reconstructie van de 3 tongwerken is aan de hand van de van Duyschot bewaard gebleven tongwerken van de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Van de oorspronkelijke 18 stemmen zijn er 13 in het huidige orgel bewaard gebleven.

De dispositie en samenstelling van het orgel na de restauratie zien er als volgt uit:

Hoofdwerk    (authentieke lade)
Prestant 8’ oud dubbelkorig vanaf c”
Quintadeen 8′ oud + nieuw
Octaaf 4′ oud + nieuw dubbelkorig vanaf a’
Superoctaaf 2′ oud + nieuw dubbelkorig vanaf f’
Quintfluit 3′            nieuw  (oud was in 1917 verwijderd)
Mixtuur 3-4 st oud + nieuw  incl. Schonat en Van Hagerbeer
Scherp 3 st oud + nieuw  incl. Schonat en Van Hagerbeer
Cornet 3 st oud + nieuw  incl. Schonat en Van Hagerbeer
Trompet 8′            nieuw  (oud was in 1917 verwijderd)

 

Bovenwerk    (authentieke lade)
Prestant 4′ oud  (+ nieuw) dubbelkorig vanaf a’
Holpijp 8′ oud  (+ nieuw)
Fluit 4′ oud  (+ nieuw)
Octaaf 2′ oud + nieuw dubbelkorig vanaf f’
Quint            nieuw dubbelkorig vanaf fis’
Tertiaan 1-2 st            nieuw  (volgens oorspr. dispositie)
Vox Humana 8′            nieuw  (was bij de bouw gereserveerd)

De lege plaats van de Vox Humana werd in 1807 door orgelbouwer
G.P. Reusener alsnog van dit register voorzien, maar deze stem
werd in 1933 door orgelbouwer Sanders verwijderd.

Pedaal    (nieuwe lade)
Prestant 8′ oud
Bourdon 16′            nieuw   (van metaal)
Octaaf 4′ oud + nieuw
Trompet 8′            nieuw   (volgens oorspr. dispositie)
Alle pijpwerk is van lood, in de lengte geschaafd.
Stemming: van Biezen II (= aangepaste Kirnberger III)  a=440 Hz.
Tremulant: opliggend
Koppelingen: Hoofdwerk-Bovenwerk (schuifkoppel)
Pedaal-Hoofdwerk
Manuaalomvang: C t/m c”’ (49 toetsen)
Pedaalomvang: C t/m d’ (27 toetsen)

De huidige dispositie van het orgel

De speeltafel

De speeltafel
Bij de restauratie door van Vulpen werd de dispositie teruggebracht in de oorspronkelijke staat (zoals vermeld bij Hess) en werd de dubbelkorigheid van de prestanten hersteld. Bij die gelegenheid werd de bij de bouw gereserveerde Vox Humana 8’ (bovenwerk) naar Duyschot-voorbeeld alsnog geplaatst en een Bourdon 16’ (pedaal) toegevoegd. Het oude pijpwerk is niet alleen nog van de hand van Duyschot (1696) maar zelfs hier en daar nog van Van Hagerbeer en van Schonat (1650) !  De reconstructie van de 3 tongwerken is aan de hand van de van Duyschot bewaard gebleven tongwerken van de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Van de oorspronkelijke 18 stemmen zijn er 13 in het huidige orgel bewaard gebleven.

De dispositie en samenstelling van het orgel na de restauratie zien er als volgt uit:

Hoofdwerk    (authentieke lade)
Prestant 8’ oud dubbelkorig vanaf c”
Quintadeen 8′ oud + nieuw
Octaaf 4′ oud + nieuw dubbelkorig vanaf a’
Superoctaaf 2′ oud + nieuw dubbelkorig vanaf f’
Quintfluit 3′            nieuw  (oud was in 1917 verwijderd)
Mixtuur 3-4 st oud + nieuw  incl. Schonat en Van Hagerbeer
Scherp 3 st oud + nieuw  incl. Schonat en Van Hagerbeer
Cornet 3 st oud + nieuw  incl. Schonat en Van Hagerbeer
Trompet 8′            nieuw  (oud was in 1917 verwijderd)

 

Bovenwerk    (authentieke lade)
Prestant 4′ oud  (+ nieuw) dubbelkorig vanaf a’
Holpijp 8′ oud  (+ nieuw)
Fluit 4′ oud  (+ nieuw)
Octaaf 2′ oud + nieuw dubbelkorig vanaf f’
Quint            nieuw dubbelkorig vanaf fis’
Tertiaan 1-2 st            nieuw  (volgens oorspr. dispositie)
Vox Humana 8′            nieuw  (was bij de bouw gereserveerd)

De lege plaats van de Vox Humana werd in 1807 door orgelbouwer
G.P. Reusener alsnog van dit register voorzien, maar deze stem
werd in 1933 door orgelbouwer Sanders verwijderd.

Pedaal    (nieuwe lade)
Prestant 8′ oud
Bourdon 16′            nieuw   (van metaal)
Octaaf 4′ oud + nieuw
Trompet 8′            nieuw   (volgens oorspr. dispositie)
Alle pijpwerk is van lood, in de lengte geschaafd.
Stemming: van Biezen II (= aangepaste Kirnberger III)  a=440 Hz.
Tremulant: opliggend
Koppelingen: Hoofdwerk-Bovenwerk (schuifkoppel)
Pedaal-Hoofdwerk
Manuaalomvang: C t/m c”’ (49 toetsen)
Pedaalomvang: C t/m d’ (27 toetsen)

Restauratie

Restauratie en reconstructie

Het orgel nu

Het orgel nu
In de zestiger jaren, wanneer plannen voor de restauratie van het kerkgebouw te Hendrik-Ido-Ambacht worden gemaakt, wordt ook een onderzoek ingesteld naar de toestand waarin het orgel zich bevindt. Dan blijkt dat de toets- en registermechanieken niet meer oorspronkelijk zijn, evenmin als de klavieren. De dispositie blijkt ook af te wijken van de oorspronkelijke. Alleen de laden van hoofd- en bovenwerk en een belangrijk deel van het pijpwerk en de bovenkas blijken nog oud.

 

Gelet op de grote historische waarde van het orgel werd – in samenwerking met de Rijksadviseur voor orgels – besloten het instrument, voor zover dat mogelijk was, te reconstrueren. Door het feit dat het orgel na de restauratie van het kerkgebouw in het koor zou worden geplaatst werd het mogelijk en zelfs noodzakelijk dit principe ook op het uiterlijk van het instrument toe te passen. Vanzelfsprekend werd hierbij zoveel mogelijk aangesloten bij de kassen van andere Duyschot-orgels. De oorspronkelijke luiken zijn echter niet gereconstrueerd wegens gebrek aan ruimte. Van Vulpen reconstrueerde wel de zuilen naar het voorbeeld van het orgel van de Nieuwe Kerk te Middelburg.

Wat betreft de dispositie werd besloten dat deze gelijk zou worden aan de oorspronkelijke, met dien verstande dat – waar toch nieuwe pedaalladen moesten worden gebruikt en er voldoende ruimte in de kas was – het pedaal zou worden uitgebreid met een register Bourdon 16’. Bovendien werd besloten op het bovenwerk de reeds bij de bouw gereserveerde plaats met een Vox Humana 8’ te bezetten.

Het ontbrekende pijpwerk werd vervaardigd geheel conform het bestaande, wat betreft alliage, makelij en mensuren.

De gehele restauratie werd opgedragen aan Gebr. van Vulpen te Utrecht en werd in 1982 voltooid.


Het rapport over deze restauratie van de orgelcommissie der Nederlandse Hervormde Kerk vermeldt ter zake:

“De orgelmakers hebben met grote toewijding en piëteit de restauratie en reconstructie van dit belangrijke orgel uitgevoerd. De nauwgezetheid waarmede het werk is voorbereid, waarbij ook geen enkel detail over het hoofd werd gezien, en de precisie waarmede het werk is uitgevoerd, is voorbeeldig. Wij noemen in dit verband slechts de bijzonder fraaie afwerking van de tongwerken. Aan de intonatie van het pijpwerk is zeer veel zorg besteed, waarbij er in het bijzonder op werd gelet dat de oude pijpen op natuurlijke wijze tot spreken kwamen, d.w.z. met een maximale resonantie en zonder bijgeluiden. Het nieuwe pijpwerk, dat qua makelij geheel aan het oude is aangepast werd uiteraard op dezelfde wijze behandeld.

Wij menen dan ook te mogen stellen dat het orgel, zoals het thans is geworden, ons een uitstekende indruk geeft van het werk van de orgelmaker Duyschot, hetgeen voor de orgelmakers wellicht de grootste voldoening is die zij van hun werk kunnen verkrijgen.”

Restauratie en reconstructie

Het orgel nu

Het orgel nu
In de zestiger jaren, wanneer plannen voor de restauratie van het kerkgebouw te Hendrik-Ido-Ambacht worden gemaakt, wordt ook een onderzoek ingesteld naar de toestand waarin het orgel zich bevindt. Dan blijkt dat de toets- en registermechanieken niet meer oorspronkelijk zijn, evenmin als de klavieren. De dispositie blijkt ook af te wijken van de oorspronkelijke. Alleen de laden van hoofd- en bovenwerk en een belangrijk deel van het pijpwerk en de bovenkas blijken nog oud.

 

Gelet op de grote historische waarde van het orgel werd – in samenwerking met de Rijksadviseur voor orgels – besloten het instrument, voor zover dat mogelijk was, te reconstrueren. Door het feit dat het orgel na de restauratie van het kerkgebouw in het koor zou worden geplaatst werd het mogelijk en zelfs noodzakelijk dit principe ook op het uiterlijk van het instrument toe te passen. Vanzelfsprekend werd hierbij zoveel mogelijk aangesloten bij de kassen van andere Duyschot-orgels. De oorspronkelijke luiken zijn echter niet gereconstrueerd wegens gebrek aan ruimte. Van Vulpen reconstrueerde wel de zuilen naar het voorbeeld van het orgel van de Nieuwe Kerk te Middelburg.

Wat betreft de dispositie werd besloten dat deze gelijk zou worden aan de oorspronkelijke, met dien verstande dat – waar toch nieuwe pedaalladen moesten worden gebruikt en er voldoende ruimte in de kas was – het pedaal zou worden uitgebreid met een register Bourdon 16’. Bovendien werd besloten op het bovenwerk de reeds bij de bouw gereserveerde plaats met een Vox Humana 8’ te bezetten.

Het ontbrekende pijpwerk werd vervaardigd geheel conform het bestaande, wat betreft alliage, makelij en mensuren.

De gehele restauratie werd opgedragen aan Gebr. van Vulpen te Utrecht en werd in 1982 voltooid.


Het rapport over deze restauratie van de orgelcommissie der Nederlandse Hervormde Kerk vermeldt ter zake:

“De orgelmakers hebben met grote toewijding en piëteit de restauratie en reconstructie van dit belangrijke orgel uitgevoerd. De nauwgezetheid waarmede het werk is voorbereid, waarbij ook geen enkel detail over het hoofd werd gezien, en de precisie waarmede het werk is uitgevoerd, is voorbeeldig. Wij noemen in dit verband slechts de bijzonder fraaie afwerking van de tongwerken. Aan de intonatie van het pijpwerk is zeer veel zorg besteed, waarbij er in het bijzonder op werd gelet dat de oude pijpen op natuurlijke wijze tot spreken kwamen, d.w.z. met een maximale resonantie en zonder bijgeluiden. Het nieuwe pijpwerk, dat qua makelij geheel aan het oude is aangepast werd uiteraard op dezelfde wijze behandeld.

Wij menen dan ook te mogen stellen dat het orgel, zoals het thans is geworden, ons een uitstekende indruk geeft van het werk van de orgelmaker Duyschot, hetgeen voor de orgelmakers wellicht de grootste voldoening is die zij van hun werk kunnen verkrijgen.”

Onderhoud

Onderhoud en reparaties

In de loop van de tijd hebben verschillende orgelbouwers het orgel in onderhoud gehad en reparaties uitgevoerd:

  • Andries Duyschot
  • Pieter Assendelft
  • Johannes Assendelft
  • Johannes Pieter Künckel (reparatie aan laden/windkanalen/balgen)
  • G. Roos (nieuw register)
  • G.P. Reusener
  • Machiel Beekes
  • Gebr. Steenbrink (schilderen van de kas)
  • Fa. J. Bätz & Co.
  • Kam en van der Meulen
  • B.J. van Eldik
  • J.C. Sanders (vanaf 1917)

Onderhoud en reparaties

In de loop van de tijd hebben verschillende orgelbouwers het orgel in onderhoud gehad en reparaties uitgevoerd:

  • Andries Duyschot
  • Pieter Assendelft
  • Johannes Assendelft
  • Johannes Pieter Künckel (reparatie aan laden/windkanalen/balgen)
  • G. Roos (nieuw register)
  • G.P. Reusener
  • Machiel Beekes
  • Gebr. Steenbrink (schilderen van de kas)
  • Fa. J. Bätz & Co.
  • Kam en van der Meulen
  • B.J. van Eldik
  • J.C. Sanders (vanaf 1917)

Overplaatsing

Van Delft naar Hendrik-Ido-Ambacht

Het orgel in Hendrik-Ido-Ambacht

Het orgel in Hendrik-Ido-Ambacht
In 1868 werd het orgel voor f. 600,00 verkocht aan de Christelijke Afgescheiden Gemeente aan de Nobelstraat te Den Haag.
In 1900 werd het aangekocht door een commissie gevormd uit de leden van de hervormde Gemeente van Hendrik Ido Ambacht en geschonken aan de kerkvoogden en notabelen. Het orgel wordt – zonder onderkas – in het koor in de balustrade van een orgelzolder geplaatst. De claviatuur bevindt zich dan niet meer aan de voorzijde maar aan de linkerzijde van het orgel.

Van Delft naar Hendrik-Ido-Ambacht

Het orgel in Hendrik-Ido-Ambacht

Het orgel in Hendrik-Ido-Ambacht
In 1868 werd het orgel voor f. 600,00 verkocht aan de Christelijke Afgescheiden Gemeente aan de Nobelstraat te Den Haag.
In 1900 werd het aangekocht door een commissie gevormd uit de leden van de hervormde Gemeente van Hendrik Ido Ambacht en geschonken aan de kerkvoogden en notabelen. Het orgel wordt – zonder onderkas – in het koor in de balustrade van een orgelzolder geplaatst. De claviatuur bevindt zich dan niet meer aan de voorzijde maar aan de linkerzijde van het orgel.

Het begin

Historie

Het orgel in Delft

Het orgel in Delft

Het orgel is in 1696 gebouwd door de orgelmaker Johannes Duy(t)schot (1645-1725) te Amsterdam voor de Waalse Kerk te Delft. Opdrachtgever was François le Boindre, oud conrector van de Latijnse school en gemeentelid van de Eglise Reformée Wallonne. François le Boindre schonk het instrument aan de gemeente, maar behield zelf het recht organist en balgentrapper aan te stellen. Na zijn dood ging dit recht over op de kerkenraad.

Omdat het ging om een particuliere opdracht, zijn in de archieven van de Waalse kerk en van de gemeente Delft geen contract, bestek of rekeningen gevonden. Een bron die duidelijk Johannes Duyschot als bouwer aanwijst, is de dispositieverzameling van Joachim Hess (Dispositiën der merkwaardigste Kerkorgelen, welken in de zeven Vereenigde Provinciën als mede in Duytsland en elders aangetroffen worden. Gouda 1774).

Het instrument vertoont overigens duidelijke overeenkomsten met andere orgels van Johannes Duytschot:

  • de hoofdwerkkas komt overeen met die van het latere Duytschot-orgel in de Lutherse Kerk te Middelburg
  • de ornamentatie komt overeen met die van het Duytschot-orgel in de Nieuwe Kerk te Middelburg
  • de onderkas komt overeen met enige andere Duytschot-orgels: smal en naar boven toe uitlopend

In volle glorie

In volle glorie

Aan de hand van een afbeelding van het orgel op een tegel in de consistoriekamer van het kerkgebouw te Delft kan worden vastgesteld, dat het orgel geplaatst was op een balkon (zie bovenstaande afbeelding). Het orgel bezat luiken en op de middentoren en de zijtorens waren versieringen van houtsnijwerk aangebracht. Het was een orgel met 18 stemmen verdeeld over 2 klavieren en pedaal.

Op een prent uit de 19e eeuw staat het orgel in volle glorie compleet met luiken afgebeeld. Het betreft een prent van een diploma-uitreiking van de Latijnse School te Delft. Deze vond plaats in de Waalse Kerk.

Orgels die Duytschot bouwde zijn:

  • Amsterdam, Westerkerk, zijn eerste project en overgenomen van zijn vader (1683/86);
  • Amsterdam, Oude Lutherse kerk (1692/93);
  • Amsterdam, Oud-Katholieke Kerk (1693/94);
  • Delft, Waalse Kerk / Hendrik-Ido Ambacht (1696);
  • Den Haag, Nieuwe Kerk (1700/03), verbouwd door Christian Gottlieb Friedrich Witte in 1867;
  • Middelburg, Evangelisch Lutherse Kerk (1707);
  • Zaandam, Westzijderkerk, “Bullekerk” (1711/12);
  • Delft, Oud-Katholieke Kerk (1722);
  • Van 1683-1725 reparatie, onderhoud en/of uitbreiding van ruim 60 orgels. Hij werkte in een gebied van Alkmaar en Enkhuizen tot Middelburg en tot Kampen.

De familie Duytschot wordt genoemd in Biographie universelle des musiciens et bibliographie générale de la musique (1866) van François-Joseph Fétis deel 3 blz 101 onder de naam Duytschot; Henri Viotta stipte hun aan in zijn Lexicon der Toonkunst (1881) en ook het Geïllustreerd muzieklexicon (1932/1949), onder redactie van Mr. G. Keller en Philip Kruseman, vermeldde vader en zoon.

Historie

Het orgel in Delft

Het orgel in Delft

Het orgel is in 1696 gebouwd door de orgelmaker Johannes Duy(t)schot (1645-1725) te Amsterdam voor de Waalse Kerk te Delft. Opdrachtgever was François le Boindre, oud conrector van de Latijnse school en gemeentelid van de Eglise Reformée Wallonne. François le Boindre schonk het instrument aan de gemeente, maar behield zelf het recht organist en balgentrapper aan te stellen. Na zijn dood ging dit recht over op de kerkenraad.

Omdat het ging om een particuliere opdracht, zijn in de archieven van de Waalse kerk en van de gemeente Delft geen contract, bestek of rekeningen gevonden. Een bron die duidelijk Johannes Duyschot als bouwer aanwijst, is de dispositieverzameling van Joachim Hess (Dispositiën der merkwaardigste Kerkorgelen, welken in de zeven Vereenigde Provinciën als mede in Duytsland en elders aangetroffen worden. Gouda 1774).

Het instrument vertoont overigens duidelijke overeenkomsten met andere orgels van Johannes Duytschot:

  • de hoofdwerkkas komt overeen met die van het latere Duytschot-orgel in de Lutherse Kerk te Middelburg
  • de ornamentatie komt overeen met die van het Duytschot-orgel in de Nieuwe Kerk te Middelburg
  • de onderkas komt overeen met enige andere Duytschot-orgels: smal en naar boven toe uitlopend

In volle glorie

In volle glorie

Aan de hand van een afbeelding van het orgel op een tegel in de consistoriekamer van het kerkgebouw te Delft kan worden vastgesteld, dat het orgel geplaatst was op een balkon (zie bovenstaande afbeelding). Het orgel bezat luiken en op de middentoren en de zijtorens waren versieringen van houtsnijwerk aangebracht. Het was een orgel met 18 stemmen verdeeld over 2 klavieren en pedaal.

Op een prent uit de 19e eeuw staat het orgel in volle glorie compleet met luiken afgebeeld. Het betreft een prent van een diploma-uitreiking van de Latijnse School te Delft. Deze vond plaats in de Waalse Kerk.

Orgels die Duytschot bouwde zijn:

  • Amsterdam, Westerkerk, zijn eerste project en overgenomen van zijn vader (1683/86);
  • Amsterdam, Oude Lutherse kerk (1692/93);
  • Amsterdam, Oud-Katholieke Kerk (1693/94);
  • Delft, Waalse Kerk / Hendrik-Ido Ambacht (1696);
  • Den Haag, Nieuwe Kerk (1700/03), verbouwd door Christian Gottlieb Friedrich Witte in 1867;
  • Middelburg, Evangelisch Lutherse Kerk (1707);
  • Zaandam, Westzijderkerk, “Bullekerk” (1711/12);
  • Delft, Oud-Katholieke Kerk (1722);
  • Van 1683-1725 reparatie, onderhoud en/of uitbreiding van ruim 60 orgels. Hij werkte in een gebied van Alkmaar en Enkhuizen tot Middelburg en tot Kampen.

De familie Duytschot wordt genoemd in Biographie universelle des musiciens et bibliographie générale de la musique (1866) van François-Joseph Fétis deel 3 blz 101 onder de naam Duytschot; Henri Viotta stipte hun aan in zijn Lexicon der Toonkunst (1881) en ook het Geïllustreerd muzieklexicon (1932/1949), onder redactie van Mr. G. Keller en Philip Kruseman, vermeldde vader en zoon.