Restauratie

Restauratie en reconstructie

Het orgel nu

Het orgel nu
In de zestiger jaren, wanneer plannen voor de restauratie van het kerkgebouw te Hendrik-Ido-Ambacht worden gemaakt, wordt ook een onderzoek ingesteld naar de toestand waarin het orgel zich bevindt. Dan blijkt dat de toets- en registermechanieken niet meer oorspronkelijk zijn, evenmin als de klavieren. De dispositie blijkt ook af te wijken van de oorspronkelijke. Alleen de laden van hoofd- en bovenwerk en een belangrijk deel van het pijpwerk en de bovenkas blijken nog oud.

 

Gelet op de grote historische waarde van het orgel werd – in samenwerking met de Rijksadviseur voor orgels – besloten het instrument, voor zover dat mogelijk was, te reconstrueren. Door het feit dat het orgel na de restauratie van het kerkgebouw in het koor zou worden geplaatst werd het mogelijk en zelfs noodzakelijk dit principe ook op het uiterlijk van het instrument toe te passen. Vanzelfsprekend werd hierbij zoveel mogelijk aangesloten bij de kassen van andere Duyschot-orgels. De oorspronkelijke luiken zijn echter niet gereconstrueerd wegens gebrek aan ruimte. Van Vulpen reconstrueerde wel de zuilen naar het voorbeeld van het orgel van de Nieuwe Kerk te Middelburg.

Wat betreft de dispositie werd besloten dat deze gelijk zou worden aan de oorspronkelijke, met dien verstande dat – waar toch nieuwe pedaalladen moesten worden gebruikt en er voldoende ruimte in de kas was – het pedaal zou worden uitgebreid met een register Bourdon 16’. Bovendien werd besloten op het bovenwerk de reeds bij de bouw gereserveerde plaats met een Vox Humana 8’ te bezetten.

Het ontbrekende pijpwerk werd vervaardigd geheel conform het bestaande, wat betreft alliage, makelij en mensuren.

De gehele restauratie werd opgedragen aan Gebr. van Vulpen te Utrecht en werd in 1982 voltooid.


Het rapport over deze restauratie van de orgelcommissie der Nederlandse Hervormde Kerk vermeldt ter zake:

“De orgelmakers hebben met grote toewijding en piëteit de restauratie en reconstructie van dit belangrijke orgel uitgevoerd. De nauwgezetheid waarmede het werk is voorbereid, waarbij ook geen enkel detail over het hoofd werd gezien, en de precisie waarmede het werk is uitgevoerd, is voorbeeldig. Wij noemen in dit verband slechts de bijzonder fraaie afwerking van de tongwerken. Aan de intonatie van het pijpwerk is zeer veel zorg besteed, waarbij er in het bijzonder op werd gelet dat de oude pijpen op natuurlijke wijze tot spreken kwamen, d.w.z. met een maximale resonantie en zonder bijgeluiden. Het nieuwe pijpwerk, dat qua makelij geheel aan het oude is aangepast werd uiteraard op dezelfde wijze behandeld.

Wij menen dan ook te mogen stellen dat het orgel, zoals het thans is geworden, ons een uitstekende indruk geeft van het werk van de orgelmaker Duyschot, hetgeen voor de orgelmakers wellicht de grootste voldoening is die zij van hun werk kunnen verkrijgen.”