Overplaatsing

Van Delft naar Hendrik-Ido-Ambacht

Het orgel in Hendrik-Ido-Ambacht

Het orgel in Hendrik-Ido-Ambacht
In 1868 werd het orgel voor f. 600,00 verkocht aan de Christelijke Afgescheiden Gemeente aan de Nobelstraat te Den Haag.
In 1900 werd het aangekocht door een commissie gevormd uit de leden van de hervormde Gemeente van Hendrik Ido Ambacht en geschonken aan de kerkvoogden en notabelen. Het orgel wordt – zonder onderkas – in het koor in de balustrade van een orgelzolder geplaatst. De claviatuur bevindt zich dan niet meer aan de voorzijde maar aan de linkerzijde van het orgel.

Van Delft naar Hendrik-Ido-Ambacht

Het orgel in Hendrik-Ido-Ambacht

Het orgel in Hendrik-Ido-Ambacht
In 1868 werd het orgel voor f. 600,00 verkocht aan de Christelijke Afgescheiden Gemeente aan de Nobelstraat te Den Haag.
In 1900 werd het aangekocht door een commissie gevormd uit de leden van de hervormde Gemeente van Hendrik Ido Ambacht en geschonken aan de kerkvoogden en notabelen. Het orgel wordt – zonder onderkas – in het koor in de balustrade van een orgelzolder geplaatst. De claviatuur bevindt zich dan niet meer aan de voorzijde maar aan de linkerzijde van het orgel.

    Het begin

    Historie

    Het orgel in Delft

    Het orgel in Delft

    Het orgel is in 1696 gebouwd door de orgelmaker Johannes Duy(t)schot (1645-1725) te Amsterdam voor de Waalse Kerk te Delft. Opdrachtgever was François le Boindre, oud conrector van de Latijnse school en gemeentelid van de Eglise Reformée Wallonne. François le Boindre schonk het instrument aan de gemeente, maar behield zelf het recht organist en balgentrapper aan te stellen. Na zijn dood ging dit recht over op de kerkenraad.

    Omdat het ging om een particuliere opdracht, zijn in de archieven van de Waalse kerk en van de gemeente Delft geen contract, bestek of rekeningen gevonden. Een bron die duidelijk Johannes Duyschot als bouwer aanwijst, is de dispositieverzameling van Joachim Hess (Dispositiën der merkwaardigste Kerkorgelen, welken in de zeven Vereenigde Provinciën als mede in Duytsland en elders aangetroffen worden. Gouda 1774).

    Het instrument vertoont overigens duidelijke overeenkomsten met andere orgels van Johannes Duytschot:

    • de hoofdwerkkas komt overeen met die van het latere Duytschot-orgel in de Lutherse Kerk te Middelburg
    • de ornamentatie komt overeen met die van het Duytschot-orgel in de Nieuwe Kerk te Middelburg
    • de onderkas komt overeen met enige andere Duytschot-orgels: smal en naar boven toe uitlopend

    In volle glorie

    In volle glorie

    Aan de hand van een afbeelding van het orgel op een tegel in de consistoriekamer van het kerkgebouw te Delft kan worden vastgesteld, dat het orgel geplaatst was op een balkon (zie bovenstaande afbeelding). Het orgel bezat luiken en op de middentoren en de zijtorens waren versieringen van houtsnijwerk aangebracht. Het was een orgel met 18 stemmen verdeeld over 2 klavieren en pedaal.

    Op een prent uit de 19e eeuw staat het orgel in volle glorie compleet met luiken afgebeeld. Het betreft een prent van een diploma-uitreiking van de Latijnse School te Delft. Deze vond plaats in de Waalse Kerk.

    Orgels die Duytschot bouwde zijn:

    • Amsterdam, Westerkerk, zijn eerste project en overgenomen van zijn vader (1683/86);
    • Amsterdam, Oude Lutherse kerk (1692/93);
    • Amsterdam, Oud-Katholieke Kerk (1693/94);
    • Delft, Waalse Kerk / Hendrik-Ido Ambacht (1696);
    • Den Haag, Nieuwe Kerk (1700/03), verbouwd door Christian Gottlieb Friedrich Witte in 1867;
    • Middelburg, Evangelisch Lutherse Kerk (1707);
    • Zaandam, Westzijderkerk, “Bullekerk” (1711/12);
    • Delft, Oud-Katholieke Kerk (1722);
    • Van 1683-1725 reparatie, onderhoud en/of uitbreiding van ruim 60 orgels. Hij werkte in een gebied van Alkmaar en Enkhuizen tot Middelburg en tot Kampen.

    De familie Duytschot wordt genoemd in Biographie universelle des musiciens et bibliographie générale de la musique (1866) van François-Joseph Fétis deel 3 blz 101 onder de naam Duytschot; Henri Viotta stipte hun aan in zijn Lexicon der Toonkunst (1881) en ook het Geïllustreerd muzieklexicon (1932/1949), onder redactie van Mr. G. Keller en Philip Kruseman, vermeldde vader en zoon.

    Historie

    Het orgel in Delft

    Het orgel in Delft

    Het orgel is in 1696 gebouwd door de orgelmaker Johannes Duy(t)schot (1645-1725) te Amsterdam voor de Waalse Kerk te Delft. Opdrachtgever was François le Boindre, oud conrector van de Latijnse school en gemeentelid van de Eglise Reformée Wallonne. François le Boindre schonk het instrument aan de gemeente, maar behield zelf het recht organist en balgentrapper aan te stellen. Na zijn dood ging dit recht over op de kerkenraad.

    Omdat het ging om een particuliere opdracht, zijn in de archieven van de Waalse kerk en van de gemeente Delft geen contract, bestek of rekeningen gevonden. Een bron die duidelijk Johannes Duyschot als bouwer aanwijst, is de dispositieverzameling van Joachim Hess (Dispositiën der merkwaardigste Kerkorgelen, welken in de zeven Vereenigde Provinciën als mede in Duytsland en elders aangetroffen worden. Gouda 1774).

    Het instrument vertoont overigens duidelijke overeenkomsten met andere orgels van Johannes Duytschot:

    • de hoofdwerkkas komt overeen met die van het latere Duytschot-orgel in de Lutherse Kerk te Middelburg
    • de ornamentatie komt overeen met die van het Duytschot-orgel in de Nieuwe Kerk te Middelburg
    • de onderkas komt overeen met enige andere Duytschot-orgels: smal en naar boven toe uitlopend

    In volle glorie

    In volle glorie

    Aan de hand van een afbeelding van het orgel op een tegel in de consistoriekamer van het kerkgebouw te Delft kan worden vastgesteld, dat het orgel geplaatst was op een balkon (zie bovenstaande afbeelding). Het orgel bezat luiken en op de middentoren en de zijtorens waren versieringen van houtsnijwerk aangebracht. Het was een orgel met 18 stemmen verdeeld over 2 klavieren en pedaal.

    Op een prent uit de 19e eeuw staat het orgel in volle glorie compleet met luiken afgebeeld. Het betreft een prent van een diploma-uitreiking van de Latijnse School te Delft. Deze vond plaats in de Waalse Kerk.

    Orgels die Duytschot bouwde zijn:

    • Amsterdam, Westerkerk, zijn eerste project en overgenomen van zijn vader (1683/86);
    • Amsterdam, Oude Lutherse kerk (1692/93);
    • Amsterdam, Oud-Katholieke Kerk (1693/94);
    • Delft, Waalse Kerk / Hendrik-Ido Ambacht (1696);
    • Den Haag, Nieuwe Kerk (1700/03), verbouwd door Christian Gottlieb Friedrich Witte in 1867;
    • Middelburg, Evangelisch Lutherse Kerk (1707);
    • Zaandam, Westzijderkerk, “Bullekerk” (1711/12);
    • Delft, Oud-Katholieke Kerk (1722);
    • Van 1683-1725 reparatie, onderhoud en/of uitbreiding van ruim 60 orgels. Hij werkte in een gebied van Alkmaar en Enkhuizen tot Middelburg en tot Kampen.

    De familie Duytschot wordt genoemd in Biographie universelle des musiciens et bibliographie générale de la musique (1866) van François-Joseph Fétis deel 3 blz 101 onder de naam Duytschot; Henri Viotta stipte hun aan in zijn Lexicon der Toonkunst (1881) en ook het Geïllustreerd muzieklexicon (1932/1949), onder redactie van Mr. G. Keller en Philip Kruseman, vermeldde vader en zoon.