Het begin

Historie

Het orgel in Delft

Het orgel in Delft

Het orgel is in 1696 gebouwd door de orgelmaker Jan Duyschot te Amsterdam voor de Waalse Kerk te Delft. Opdrachtgever was François le Boindre, oud conrector van de Latijnse school en gemeentelid van de Eglise Reformée Wallonne. François le Boindre schonk het instrument aan de gemeente, maar behield zelf het recht organist en balgentrapper aan te stellen. Na zijn dood ging dit recht over op de kerkenraad.

Omdat het ging om een particuliere opdracht, zijn in de archieven van de Waalse kerk en van de gemeente Delft geen contract, bestek of rekeningen gevonden.De enige bron die duidelijk Johannes Duyschot als bouwer aanwijst, is de dispositieverzameling van Joachim Hess (Dispositiën der merkwaardigste Kerkorgelen, welken in de zeven Vereenigde Provinciën als mede in Duytsland en elders aangetroffen worden. Gouda 1774).

Het instrument vertoont duidelijke overeenkomsten met andere orgels van Johannes Duyschot:

  • de hoofdwerkkas komt overeen met die van het Duyschot-orgel in de Lutherse Kerk te Middelburg
  • de ornamentatie komt overeen met die van het Duyschot-orgel in de Nieuwe Kerk te Middelburg
  • de onderkas komt overeen met andere Duyschot-orgels: smal en naar boven toe uitlopend
In volle glorie

In volle glorie

Aan de hand van een afbeelding van het orgel op een tegel in de consistoriekamer van het kerkgebouw te Delft kan worden vastgesteld, dat het orgel geplaatst was op een balkon (zie afbeelding hiernaast). Het orgel bezat luiken en op de middentoren en de zijtorens waren beelden, althans versieringen aangebracht. Het was een orgel met 18 stemmen verdeeld over 2 klavieren en pedaal.

Op een prent uit de 19e eeuw staat het orgel in volle glorie compleet met luiken afgebeeld. Het betreft een prent van een diploma-uitreiking van de Latijnse School te Delft. Deze vond plaats in de Waalse Kerk.

Andere belangrijke orgels die Duyschot bouwde of waaraan hij een belangrijke bijdrage leverde zijn:

  • Leiden, Van Hagerbeer-orgel (1643) in de Pieterskerk en het orgel in de Heilige Lodewijkkerk;
  • Amsterdam, Westerkerk, zijn eerste project en overgenomen van zijn vader;
  • Zaandam, Westzijderkerk (Bullekerk);
  • Delft, Waalse Kerk / Hendrik-Ido Ambacht (1696);
  • Den Haag, Nieuwe Kerk (1702), verbouwd door Christian Gottlieb Friedrich Witte in 1867;
  • Middelburg, Evangelisch Lutherse Kerk (1707);
  • Delft, Oud-Katholieke Kerk (1722).

De familie Duyschot wordt genoemd in Biographie universelle des musiciens et bibliographie générale de la musique (1866) van François-Joseph Fétis deel 3 blz 101 onder de naam Duytschot; Henri Viotta stipte hun aan in zijn Lexicon der Toonkunst (1881) en ook het Geïllustreerd muzieklexicon (1932/1949), onder redactie van Mr. G. Keller en Philip Kruseman, vermeldde vader en zoon.